Voor 1950 kwamen in Nederland 12 soorten muurwespen voor, waarvan er 5 zeldzaam of inmiddels (2021) verdwenen zijn. De 7 algemenere soorten heb ik in de loop der jaren alle in mijn eigen tuin in Koudekerke (NL) gevangen, maar enkele soorten zijn veel schaarser dan andere. Sommige heb ik slechts eenmaal gezien. Die algemenere zijn claripennis, gazella, nigricornis, oviventris, parietum, parietinus en trifasciatus.
De muurwespsoort Ancistrocerus longispinosus is hier nooit gezien, maar komt elders in Europa voor en zou door klimaatverandering hier mogelijk kunnen verschijnen. De soort lijkt sterk op gazella, maar heeft enkele verschillen. Bij het vrouwtje is dat vooral de onderrand van de clypeus, die iets verlengd is en nauwelijks is ingebocht, dus bijna recht 'afgesneden'. Bij de mannetjes is het onderscheid moeilijk. Ze hebben voor zover bekend meestal gele vlekken op het mesopleuron, die een man gazella nooit zou hebben, maar dat is helaas niet zo. De soort longispinosus is in dit overzicht niet opgenomen met determinatiekenmerken, maar alleen met een fotopagina.
De muurwespsoorten antilope, auctus, dusmetiolus, ichneumonideus en scoticus zijn de 5 zeldzame soorten, waarvan na 1990 auctus niet meer is waargenomen en van ichneumonideus slechts 1 vangst bekend is. Van antilope zijn er na 2017 weer enkele waarnemingen in Nederland geweest en daar gaat het dus iets beter mee.
Van alle 12 genoemde soorten worden voor vrouwen en mannen determinaties in dit overzicht opgenomen.
Muurwespen (Ancistrocerus) zijn te herkennen aan de dwarslijst op tergiet 1. Het geeft in elk geval een zoekrichting aan en dan om de soorten die het zeker niet zullen zijn, te kunnen uitsluiten. De lijst kan door de verschillen in vormen per soort een determinatiekenmerk zijn. Alleen de genera Ancistrocerus en Symmorphus hebben een dwarslijst op tergiet 1. Bij Ancistocerus heeft tergiet 1 op de achterrand geen deukje in het midden van de gele band. Dat onderscheidt het genus Ancistrocerus van het genus Symmorphus, dat ook een dwarslijst op tergiet 1 heeft, maar in het midden van de achterrand van tergiet 1 is daar ook nog een lengtedeukje aanwezig. Dat deukje kan kort en klein zijn. Let daar dus op. Het is bedrieglijk, want mannetjes Symmorphus hebben ook nog een omgebogen antennetop (alleen gekruld en niet haakvormig omgeslagen als bij Ancistrocerus) en een gele clypeus, ongeveer als bij Ancistrocerus, maar net wat anders.
De determinatiekenmerken zijn ontleend aan de tabel van de Duitse jeugdbond (DJN), Bestimmungsschlüssel für die Faltenwespen van Christian Schmid-Egger, 2003. Deze determinatietabel voor plooivleugelwespen (Eumeninae) kon t/m 2023 als pdf worden gedownload bij Bembix.de, maar inmiddels is er in 2024 een nieuwe versie van de tabel uitgebracht, die alleen te koop is als boekje.
De tekst inzake het genus Ancistrocerus van de versie 2003 is hier gebruikt om de tabel met foto's van de genoemde kenmerken te illustreren (met toestemming van Christian Schmid-Egger, dec. 2024).
Vrouwtjes zijn te herkennen aan deze kenmerken: antenne heeft 12 segmenten, kopschild (clypeus) is zwart met geel of soms geheel zwart, achterlijf heeft 6 segmenten. Alle Nederlandse soorten hebben tussen de antennesokkels een losse gele vlek. Soms is die vlek (vooral bij antilope) klein of onduidelijk. (Ook Symmorphus-vrouwtjes hebben daar gele vlekken, maar dan dubbele).
Mannetjes zijn te herkennen aan deze kenmerken: antenne heeft 13 segmenten en het laatste segment is omgebogen, kopschild (clypeus) is geheel geel, achterlijf heeft 7 segmenten.
De meeste mannetjes Ancistrocerus hebben op de gehele onderzijde van de antennevlag een geelbruine of roodbruine kleur. Alleen de mannetjes oviventris en trifasciatus zijn daar variabel: merendeels zwart met meer of minder roodbruin, dikwijls in het midden gezwart. Bij een geheel oranje-achtige onderkant antenne zal het dus meestal een andere soort man zijn dan oviventris of trifasciatus.
Bij vrouwtjes is het wat gemakkelijker. De meeste soorten hebben een geheel zwarte antenne (dus inclusief de onderzijde). Van 5 soorten is de gehele onderkant antennevlag geelbruin of roodbruin in meer of mindere sterkte: auctus, antilope, dusmetiolus, parietinus (deze 4 duidelijk gekleurd) en claripennis (deels of geheel vaag roodbruin). De soorten auctus en dusmetiolus zijn uiterst zeldzaam en dus gaat het bij vrouwtjes met een oranje-achtige onderkant antennevlag meestal om parietinus als die onderkant antenne geheel duidelijk oranje-achtig is en bij twijfel over de kleuring om een vrouw claripennis. Sedert 2022 is Ancistrocerus antilope weer op diverse plekken in Nederland waargenomen. Die kan dus niet meer worden uitgesloten. Uiteraard wel steeds de gehele tabel checken op passende overige kenmerken.
Kom je er met deze tabel niet met zekerheid uit, kijk dan ter vergelijking nog eens naar de Ancistrocerus-tabel van Gusenleitner, 29 dec. 1995, pag.754 e.v.. Er zijn door hem in 2000 nog enkele wijzigingen aangebracht, die een man gazella betreffen en dat gaat dan over de vorm van de clypeus: de relatieve lengtes naast zijkant facetoog en het 'losse' deel daaronder, dat korter zou zijn. Ik heb dat nagemeten bij diverse zekere mannen gazella en kreeg alleen maar scores die net andersom waren. Zijn wijziging van 2000 is dus voor mij zeer twijfelachtig en geeft alleen maar meer verwarring. Zie ook foto 3 van de determinatiepagina mannetje Ancistroceris gazella.
Gusenleitner gebruikt veel dezelfde determinatiekenmerken als Schmid-Egger, maar soms ook wat anders, zoals het gebruik van de diameter metatars 3 t.o.v. lengte ribben sterniet 2. Juist die kenmerken zijn niet gemakkelijk bruikbaar en zijn niet vast genoeg voor zekere uitkomsten. Zie voor meer commentaar van mij daarop bij vrouwtje Ancistrocerus claripennis.
Sommige soorten hebben dikwijls mijten bij zich. Het lijkt een soort samenwerkingsverband (symbiose) te zijn. De soort Ancistrocerus antilope (man en vrouw) heeft zelfs putjes aan weerszijden van het scutellum, waarin de mijten kunnen verblijven. Dat is dus een morfologische voorziening. Pieter van Breugel heeft in 2022 een vrouwtje van die zeldzame soort in zijn tuin gefotografeerd met mijten in de mijtenkamers!
Bij andere soorten zitten de mijten meestal op het propodeum (achter- en/of zijkant), zie deze foto.
Albert de Wilde, november 2024.
Determinaties muurwespen met foto-illustraties voor de tabelkenmerken.
antilope
Vrouwtje Ancistrocerus antilope
Mannetje Ancistrocerus antilope
auctus
Vrouwtje Ancistrocerus auctus
Mannetje Ancistrocerus auctus
claripennis
Vrouwtje Ancistrocerus claripennis
Mannetje Ancistrocerus claripennis
dusmetiolus
Vrouwtje Ancistrocerus dusmetiolus
Mannetje Ancistrocerus dusmetiolus
gazella
Vrouwtje Ancistrocerus gazella
Mannetje Ancistrocerus gazella
ichneumonideus
Vrouwtje Ancistrocerus ichneumonideus
Mannetje Ancistrocerus ichneumonideus
nigricornis
Vrouwtje Ancistrocerus nigricornis
Mannetje Ancistrocerus nigricornis
parietinus
Vrouwtje Ancistrocerus parietinus
Mannetje Ancistrocerus parietinus
parietum
Vrouwtje Ancistrocerus parietum
Mannetje Ancistrocerus parietum
oviventris
Vrouwtje Ancistrocerus oviventris
Mannetje Ancistrocerus oviventris
scoticus
Vrouwtje Ancistrocerus scoticus
Mannetje Ancistrocerus scoticus
trifasciatus
Vrouwtje Ancistrocerus trifasciatus
Mannetje Ancistrocerus trifasciatus