Op de foto's kan worden geklikt voor een groter formaat (800x600) en nadere toelichting. De foto's zijn genummerd en het nummer wordt zichtbaar door er met de cursor op te gaan staan.
De determinatiekenmerken zijn geïllustreerd met foto's van 2 preparaten (Naturalis) en 2 levende muurwespen Ancistrocerus claripennis (uit mijn tuin, Koudekerke, Walcheren, 2010).
De determinatiekenmerken zijn ontleend aan de tabel van de Duitse jeugdbond (DJN), Bestimmungsschlüssel für die Faltenwespen van Christian Schmid-Egger, 2003.
De tabel behandelt mannetjes en vrouwtjes apart. We kiezen voor mannetjes (7 achterlijfsegmenten: foto 1, geheel gele clypeus: foto's 2 en 3).
1. De lange lijn van sterniet 2 verloopt recht of gelijkmatig (niet hoekig) gebogen naar de groeve (foto 4): naar 5.
5. De ribben op de breuklijn (groeve) van sterniet 2 (foto 6) zijn in het midden ongeveer even lang als die aan de zijkanten en de lijn van sterniet 2 na de groeve verloopt bijna recht (foto 1 en 4): naar 10.
10. Tergiet 2-4 afstaand behaard (foto 1, 4, en 7) en het propodeum is zwart (foto 1 en 7): naar 12
12a. Sterniet 2 is licht naar buiten gewelfd (foto 1 en 4).
12b. De paar zijkantribben in de groeve van sterniet 2 zijn iets korter dan in het ruime midden van de groeve (foto 4). De meeste ribben lijken ongeveer even lang (foto 6).
12c. Scutellum en metanotum dikwijls geel gevlekt (hier niet steeds).
12d. De dwarslijst van tergiet 1 (foto 5) is, vanaf de voorkant gezien, in het midden onduidelijk ingebocht.
Het woord 'onduidelijk' slaat vermoedelijk op de vorm, want de inbochting is wel duidelijk aanwezig, maar de vorm is niet goed te omschrijven of mogelijk wat variabel. Deze vorm is bij mannetjes van verwante soorten als gazella en parietum stabieler per soort.
12e. De onderrand clypeus is kwart-cirkelvormig ingebocht (foto 2 en 3).
Dat geeft als uitkomst: mannetje Ancistrocerus claripennis 8 -11 mm.
Schmid-Egger heeft (alleen) voor deze soort nog een A-typische vorm beschreven. Voor mannetjes betreft het punt 8b, waar je uitkomt via:
- punt 5a (middelste ribben in groeve S2 duidelijk langer dan de buitenste en S2 profiel vlak);
- dan naar 6b (matte structuur propodeum, etc., tergiet 7 aan de achterkant versmald);
- vervolgens naar 7a: binnenoogrand onderaan geel getekend;
- 8b: pronotum tot aan de hoeken geel; antennevlag geheel roodbruin aan de onderzijde.
Sommige kenmerken van deze wesp komen in de tabel niet aan de orde, bijv.:
- De onderkant van de antennevlag is gewoonlijk geheel meer of minder oranjerood (foto 2 en 3).
- Het aantal tergieten met geeltekening wordt niet genoemd. Beide hier getoonde levende exemplaren (168 en 171) hebben 4 tergieten met geel. Gusenleitner geeft aan bij man claripennis: meer dan 4 tergieten en minstens 2 sternieten met geel. Hier dus slechts 4 tergieten met geel.
Terug naar boven
Naar vrouwtje Ancistrocerus claripennis
Naar Ancistrocerus-soortenoverzicht
Naar Ancistrocerus-info-pagina
Naar wespenpagina