Zeer bijzonder is het putje (zogenaamde mijtenkamers) aan weerszijden van het scutellum (foto 9, 10), ter hoogte van de aanhechting van de ondervleugel. Dat lijkt een morfologische aanpassing van deze soort om haar in staat te stellen in symbiose met mijten te leven. Als dat zo is, dan is het zeer verwonderlijk dat in plooivleugeltabellen dit bijzondere kenmerk niet genoemd wordt. Ook het mannetjes heeft deze mijtenruimte. Mijten op mannetjeswespen zullen via die mannetjes niet uit zijn om zo direct in het broednest van de vrouwtjes te komen, want mannetjeswespen gaan de broednesten nauwelijks binnen. Via de paring van de wespen kunnen de mijten van een mannetje wel overstappen op een vrouwtje en zo het broednest bereiken.
Welke voordelen de wesp heeft van de mijten is onduidelijk. Misschien foerageren ze op het lijf van de wesp om stuifmeelresten te eten. Dan hoeft de wesp minder te poetsen, maar mogelijk is het veel complexer, zeker als de mijten dierlijk voedsel nodig zouden hebben. De mijten zullen in elk geval in de broednesten van de wespen terechtkomen. Daar zullen ze zich voortplanten. Veel mijtensoorten leven in de broednesten van hun gastheer merendeels van schimmels en tasten het broed of de voedselvoorraden niet aan.
Het is intrigerend om te zien dat een insect morfologisch is aangepast aan het meedragen van mijten. Andere Nederlandse Ancistrocerussoorten hebben niet zo'n putje op de zijkant scutellum, maar mijten zijn niet ongewoon op wespen van dit genus. Ze zitten dan dikwijls op het propodeum (achter- en /of zijkant).
Ook de grootte van deze wesp is opvallend. Deze muurwesp is gemiddeld groter dan alle andere genoemde soorten in deze tabel.
Ansitrocerus antilope lijkt in enkele opzichten op Ancistrocerus parietinus en is in het veld niet gemakkelijk te onderscheiden. Belangrijke verschillen zijn:
- de kleur van de onderkant scapus: antilope oranje, parietinus geel;
- wel of geen gele binnenoogrand): antilope kort geel, parietinus geen;
- clypeus aan onderzijde wel/niet duidelijk verlengd en ingekeept: antilope verlengd/ingekeept 140 , parietinus niet verlengd, maar wel sterk ingekeept 80 ;
- dwarslijst op T1: antilope in het midden inkeept, parietinus niet ingekeept;
- wel of geen gele vlekken op het scutellum: antilope lang niet altijd gele scutellumvlekken, parietinus meestal wel;
- mijtenputjes (mijtenkamers) aan weerszijden van het scutellum: antilope w l, parietinus niet.
Naar mannetje Ancistrocerus antilope
Naar Ancistrocerus-soortenoverzicht