De vleugelbeadering van een koningin wijkt nauwelijks af van die van werksters. Honingbijen hebben een opvallend langgerekte marginale cel (aan het eind van de voorrand van de voorvleugel). Ook de 3 submarginale cellen zijn hier goed zichtbaar.
Dit is een schaars behaard exemplaar en van de thorax (borststuk) is het centrale gedeelte (mesonotum, gevormd door scutum en scutellum)) goed te zien. Ook zichtbaar is dat er in het scutum een overlangs groefje loopt. Het maanvormige schildje na het scutum is het scutellum.
Bij de aanhechting van de vleugels aan de thorax zit een soort bultje. Men noemt dat de vleugelschubben (tegula; tegulae).
Koudekerke, 2009.
Foto: © Albert de Wilde