Een andere boosdoener, die zich niet gauw laat zien is meer 's nachts actief. In mijn bijestal wordt ook nog wel eens wat anders bewaard, zoals gezaagde delen van boomstammen om er later gaten in te boren voor solitaire bijen als bijenhotel. Onder een stapel van die houtblokken vond ik op een bepaald moment honderden stukjes karkas van honingbijen. Dat kon maar 1 dader zijn: spitsmuizen. Spitsmuizen hebben per dag voedsel nodig met een gewicht van de helft van hun eigen lichaamsgewicht.
De kasten hadden toen nog de volle zomeropening van 2 cm, zonder verkleinblok. Dat heb ik toen bij alle volken verkleind tot 8 mm. Dat is een hoogte waar muizen niet doorheen kunnen. Om zeker te zijn dat het om spitsmuizen ging heb ik met een vangkastje eerst enkele muizen gevangen, gewoon met een paar kattenbrokjes gelokt. Het bleken huisspitsmuizen te zijn (er is ook nog een andere soort met iets andere kenmerken mogelijk). Daarna heb ik er geen last meer van gehad.
Koudekerke, 30 november 2016.
Foto: © Albert de Wilde