DE klier van Nasonov wordt gebruikt om te stertselen: het lokken van bijen van het eigen volk.

Stertselende bijen op de vliegplank

De klier van Nasonov produceert volkseigen geuren (citral, geraniol) en die geuren worden verspreid via waaieren met de vleugels op de plek waar de eigen bijen naar toe geloodst moeten worden. Dat kan zijn bij jonge bijen die voor het eerst buiten de kast vliegen of bij een zwerm die een plek heeft gekozen om te hangen of om zich te vestigen.

Deze klier (die Nasonov ontdekte) en als één van de eersten beschreef zit tussen het 5 en 6e tergiet van werksters honingbij. De klier wordt ontbloot door tergiet 6 naar beneden te krommen. Dan komt dit lichtgeelachtige orgaan bloot te liggen en kan het zijn werk doen: feromonen verspreiden door met de vleugels te wapperen. De klier is voor het eerst uitvoerig beschreven door de Russische dierkunde-wetenschapper Nikolai Viktorovich Nasonov (1855-1939), die zich voornamelijk bezighield met ongewerverde dieren.

Hier is ook goed te zien dat het brede 2e tergiet geheel zwart van kleur kan zijn, maar ook voor een groot deel oranjebruin. Honingbijen kunnen erg verschillend van kleur zijn. Oorspronkelijk waren honingbijen hier merendeels zwart, maar import van sub-vormen zoals Carnica (merendeels gemixt donker) en Buckfast (doorgekweekt: merendeels geelbruinachig) geven veel gemixte kleuren via bastardering door hun darren.

Foto: © Albert de Wilde