Stertselende bijen om jonge bijen die voor het eerst vliegen weer terug naar de kast te leiden via geuren.

Stertselende bijen

Op de vliegplank of iets ruimer voor de kastopening staan veel werksters te waaieren met de vleugels om geuren te verspreiden. Ze leiden de jonge bijen die voor het eerst buiten de kast kwamen, via het afgeven van de volksgeuren terug naar de ingang van het volk. Ieder volk heeft zijn eigen geuren. Tussen het 5e en 6e (laatste) tergiet bevindt zich de klier van Nasonov, die duidelijk zichtbaar is als een witgeelachtig orgaan. Dat is de geurklier die gebruikt wordt om de weg terug te wijzen aan jonge onervaren bijen buiten de kast of om andere aanwijzingen te geven.

Om geuren (feromonen) te verspreiden moet de klier van Nasonov ontbloot worden door tergiet 6 omlaag te krommen en door met de vleugels te waaieren als bij ventileren. De tergietnummering was vroeger anders: de petiole (smal verbindingsstuk tussen thorax en achterlijf) rekende men tot het achterlijf en dan zie je dus dat een vrouw benoemd wordt met 7 tergieten. Inmiddels dus anders: vrouw 6 tergieten, man 7 tergieten. Dat had ook tot gevolg dat de plek van de Nasonov-klier anders werd benoemd.

Het voor de eerste keer buiten de kast zijn en dan massaal met de kop in de richting van de kast vliegen, noemt het 'voorvliegen' van de jonge bijen. Ook zwermen die zich net hebben gevestigd doen dat.

Foto: © Albert de Wilde