Resultaat van eierleggende werksters.

Eierleggende werksters - moerloos volk

In een volk waarvan de moer is doodgegaan of anderszins is verdwenen (zonder jong openbroed achter te laten) krijgen de werksters geen hormoonstoffen meer door. Een aanwezige moer wordt steeds gelikt en schoongehouden door een groepje werksters om haar heen (de hofstaat) en die werksters geven die stoffen door aan het gehele volk. Alle bijen weten daardoor dat er een koningin aanwezig is. Zodra die wegvalt krijgen de werksters die hormonen niet meer en dat heeft als werking dat ze zelf eitjes gaan ontwikkelen. Hun eierstokken worden geactiveerd nu die remmende werkinf afwezig is, maar zij kunnen alleen onbevruchte eitjes leggen. Als een moer doodgaat en er is nog open jong broed aanwezig, dan zullen de werksters redcellen maken om een nieuwe koningin te maken, maar zonder zulk broed zijn ze ten dode opgeschreven. Een moer die niet bevalt kan het volk ook omruilen via een stille moerwisseling. Dat kan alleen via normaal jong open broed.

De eitjes die werksters leggen liggen merendeels op de bodem van broedcellen met meerdere bij elkaar. Bijna alle cellen die zo belegd zijn grenzen aan elkaar. Het is direct herkenbaar als broed van eierleggende werksters. Dergelijke volken kunnen moeilijk geholpen worden met een nieuwe bevruchte moer, want die wordt meestal direct afgestoken. De werksters gedragen zich zelf als koninginnen. Het volk zal te gronde gaan. De imker kan het volk het beste zo snel mogelijk opruimen. Verenigen met een ander moergoed volk is af te raden, want ook die moer zal het meestal niet overleven.
Koudekerke, 2005.

Foto: © Albert de Wilde