Rozengal (Diplolepis rosae), Braakman-Noord, 2 maart 2009.
Deze gal komt tot stand door woekeringscellen die de roos produceert na aanzet daartoe door een galwesp, die de roos licht beschadigt en een eitjes legt. Toegevoegde stoffen doen de galvorming ontstaan. De roos zelf maakt dus uit zichzelf geen gallen. De galwesplarven vreten sappen van de roos. Daardoor wordt de gal, die meerdere cellen bevat steeds groter (tennisbal-omvang) en ook hariger. De wespenlarven leven zo heel beschut en doen in het volgende seizoen weer hetzelfde. Voor de afzet van eitjes worden jonge rozentakken gebruikt.
Foto: © Albert de Wilde