Vrouw gewone franjegroefbij (Lasioglossum sexstrigatum), Goudplaat, Noord-Beveland, 24 april 2010 (det. Jan Smit).
Op de tweede helft van vooral de tergieten 3, 4 en 5 zijn franjes (lange lossere haren) aanwezig, waarop de Nederlandse naam van deze bij gebaseerd is. Op de zijkanten van de tergieten zijn deze lange haren het meest zichtbaar. Tevens zijn op de randen van de tergieten 1-4 vrij dichte witte haarranden te zien aan de buitenzijde, in het midden onderbroken. Op deze caudale foto is ook duidelijk het verticale groefje te zien in tergiet 5. Dat is geen echt diep groefje, maar een door korte haren gevormd onderdeel, dat verder gesloten is. Het groefje is een determinatiekenmerk voor vrouwtjesbijen die behoren tot de genera Halictus en Lasioglossum. De functie ervan is onbekend.

Foto: © Albert de Wilde