Kop van een honingbijkoningin, waarop de 3 puntogen (ocelli) te zien zijn. De voorste ocel lijkt kleiner dan de achterste 2 maar bij sterke vergroting bijkt de lichtval een grote rol te spelen en zijn de 3 puntogen ongeveer gelijk van grootte bij nameting, zoals ook bij werksters en darren. De puntogen staan bij zowel werksters, koningininen en darren in de vorm van een gelijkbenige driehoek.