Witte klaver (Trifolium repens), noemt men ook wel: steenklaver. Waar die naam vandaan komt is onduidelijk. Deze klaver moet voor zaadvorming bestoven worden door insecten, die de bloem bezoeken en de zwaarden aan de zijkant van de bloem naar beneden drukken. Daarbij komt de kiel naar boven, waarbij meeldraden en nectar bereikbaar worden. De stempel bevindt zich dan boven de meeldraden waardoor geen zelfbestuiving mogelijk is.
Bij zelfbestuiving op welke wijze dan ook, schijnt deze plant echter nooit zaden te produceren en kruisbestuiving via een insect is dus echt noodzakelijk bij deze klaver. Van andere vlinderbloemigen is bekend dat deze nauwelijks via kruisbestuiving zaden vormen. Als ik sperziebonen teel in mijn moestuin, zie ik daarop nauwelijks bijen vliegen. Een enkele hommel probeert wel eens wat, maar het is minimaal. Sperziebonen zijn zijn geen aantrekkelijke drachtplanten voor bijen, omdat ze vermoedelijk nauwelijks nectar produceren. Sperziebonen vormen echter wel degelijk goede kiembare zaden en die schijnen merendeels door zelfbestuiving te ontstaan.
Foto: © Albert de Wilde