Deze engelwortel is een forse plant, die zich voortplant via zaden. De plant vormt meestal enkele stelen met kleine zijstelen. Ze worden ruim 1 meter hoog (in het 4e jaar) en als de bloemen uitgebloeid zijn staat er op ieder bloemhoofdje een bolletje zaden. De zaadbolllen op de toppen van de stelen hebben dan uiteindelijk vrij grote doorsnedes: 10 tot 15 cm doorsnede.
Engelwortel is een schermbloem, maar het scherm is dus niet plat maar bolvormig. In de toppen van de afzonderlijke zaadstengeltjes in het scherm komen dan dikwijls bladluizen (zwarte bonenluis) en die luizen trekken weer lieveheersbeestjes aan. De zaden worden dikwijls bezocht door pyjamawantsen die er sappen uit zuigen. Zo is er in de loop van de zomer veel te zien. Ook keversoorten bezoeken de planten en de bloemen zijn zeer aantrekkelijk voor diverse solitaire bijen.
De planten hebben de eigenaardigheid dat ze er vrij lang over doen om tot bloei te komen. Ze doen er minstens 3 jaar over, maar meestal bloeien ze pas in het 4e jaar. Na de bloei sterft de plant af, ook de wortel. Om ieder jaar bloeiende planten van die soort te hebben, moet je dus ook de kleinere nog niet bloeiende planten wat vertroetelen met in de zomer af en toe wat extra water als het droog is. Dan wordt je in het 4e jaar beloond. Om er steeds te hebben moet je er dus ieder ook wat zaaien.
Foto: © Albert de Wilde