In de appelboormgaard zoemt het van de bijen omsteeks eind april. Dan moet de temmperatuur redelijk goed zijn en ook liefst niet te veel wind is gewenst. De nectar van appelbloesem wordt door de bijen verwerkt tot honing. Die honing is zeer aromatisch en heerlijk van smaak.
De bijen verzamelen er ook veel stuifmeel op. De achterscheen van deze werkster is al goed gevuld. Op die achterscheen bevindt zich een rij lange, kromme haren die samen een soort korfje vormen. Het plakkerig gemaakte stuifmeel blijft goed ziteen tussen die haren. De bijen kunnen er goed mee vliegen en verder foerageren zonder het te verliezen. Pas in het bijenvolk worden de stuifmeelklonten met de poten afgeschraapt in een opslagcel van een raat en daar nog wat aangedrukt.
Foto: © Albert de Wilde