Deze honingbij is een voorbeeld van de wisselwerking tussen bij en bloem. De bij wordt geleid naar het midden van de bloem door nectargeur en de streeptekening op de bloemblaadjes. Het stuifmeel valt door de activiteit op de bloemblaadjes en ook op de bij. Ze verzamelt deze stoffijne pollen door het uit de vacht te kammen, wat plakkerig te maken met nectar en op haar achterschenen op te slaan. Zo kan ze het vervoeren naar het bijenvolk, waar het uiteindelijk voedsel wordt van de bijenlarven. Stuifmeel wordt eerst in de raat opgeslagen, soms met nectar gefermenteerd. Dan wordt het stuifmeel door voedsterbijen opgenomen, vermengd met secreties van voedersapklieren en gevoed aan de bijenlarven in het broednest.
Foto: © Albert de Wilde