De Oosterse annemoon heeft als wetenschappeijke naam: Anemone blanda. De soort aanduiding 'blanda' betekent 'wit'. Ze zijn bij mij in de tuin zeer talrijk en witte exemplaren komen regelmatig voor, maar de meeste zijn blauw en ook enkele licht roze. In de 2e helft van maart bloeien er honderden tegelijk in mijn voortuin, maar ook elders staan er planten van. Het is een bolgewas dat zich gemakkelijk via zaad verspreidt. Het zijn zogenaamde winterkiemers. Ze hebben vorst nodig om te ontkiemen. In het 1e jaar hebben ze slechts 2 ovale blaadjes. In de volgende jaren krijgen ze ingesneden bladeren. In het 3e jaar na zaaien bloeien ze voor het eerst.
De bloemen worden heel graag door hommels en bijen bezocht. Die zorgen ook voor een goede bevruchting en veel zaden: enkele tientallen per bloem. Ze groeien goed onder heesters die na de zomer hun blad verliezen. Zaaien op kale plekken door verspreid te strooien en alleen wat in te harken. Mijn tuin in Zeeland heeft kleigrond. Of ze het ook goed doen op zandgrond weet ik niet. Van de eerder bloeiende winterakoniet is bekend dat die niet op zandgronden wil groeien. Die soort is ook goed te zaaien, maar dat geldt voor bijna alle voorjaarsbolgewassen, behalve tulpen en narcissen.
Foto: © Albert de Wilde