Honingbij foerageert op nectar van een smeerwortelbloem. Ze doet dit niet door de bloem vanaf het eind 'in te duiken', maar ze gebruikt door hommels gebeten gaatjes in de hals van de bloem. Met haar tong is de nectar dan bereikbaar.

Honingbij - smeerwortelbloem

Koudekerke, 12 april 2007.

Honingbij foerageert op een smeerwortelsoort (Symphytum bulbosum), die in mijn tuim ruim aanwezig is als groenbedekker. Ze zijn in zomer en winter groen. Hommels (primaire nectarrovers) bijten in de hals van de bloem gaatjes om de nectar te kunnen bereiken. Op de voorste bloem van de foto is halverwege de hals zo'n gaatje (met bruine beschadigingsvlekken) te zien. Hommels benaderen dit soort bloemen zo, omdat de toegang vrij nauw is voor een groot insect als een aardhommel. Men noemt het nectarroof: dus bloembezoek zonder bevruchting.

Honingbijen bijten zelf meestal geen gaatjes, maar laten zich bedienen door de hommels. Honingbijen noemt men dan secundaire nectarrovers. Een enkele keer zouden honingbijen dit zelf als eerste doen bijvoorbeeld bij bloemen van bonen of bepaalde salvia-soorten (buisvormige bloemen). De tong van honingbijen is lang genoeg om de nectar via het gaatje te bereiken. De plant is daarmee niet geholpen, want zo komt geen bevruchting tot stand. Dat hoeft ook niet want deze soort maakt vegatatieve uitlopers die zorgen voor een dicht tapijt van planten, waarover je met mate ook wel kunt lopen voor onderhoud van andere begroeiing.

Foto: © Albert de Wilde

HOME