Miss Ellen Willmot (1858-1934) was een beroemde Engelse horticulturist, die via bastaardering verschillende tuinplanten heeft gekweekt, die haar naam dragen. Zo heeft ze ook een 2-jarige Eryngium met grijs-wit blad gekweekt, de zeer 'zaadvast' is. Haar planten van dit genus produceren veel zaad, dat kiemkrachtig is en dat goede eenvormige nakomelingen geeft.
Als zij bij andere Engelse tuinen op bezoek kwam had ze in haar zak altijd wat zelf gekweekte zaden van 'haar' Eryngium bij zich. Ze liet stiekem hier en daar wat zaden vallen en in het jaar daarna waren er dan uiteindelijk bloeiende planten aanwezig. Eerder vroeg men zich af waar die vandaan kwamen en welke soort het was, want die leek nieuw. Naderhand kwam men er achter dat bezoeken van Miss Willmot met die spookachtige verschijning van planten te maken moest hebben gehad. Deze plant heet daarom: Eryngium giganteum Miss Willmott's ghost.
Het is een zeer goede tuinplant, die heel veel soorten insecten aantrekt: bijen vliegen er graag op voor de nectar en ook wel wat voor stuifmeel, Ook bepaalde boktorren foerageren er op en pyjamawantsen leggen er hun eitjes op, zodat hun larven de zaden van die planten kunnen eten. Deze wantsen gebruiken alleen schermbloemigen voor hun nageslacht, bijvoorbeeld ook peterselie en grote engelwortel. Het geslacht Eryngium behoort ook tot de schermbloemigen.
Deze Eryngium wil wel graag steeds op een andere plekje in de tuin staan. Als ze zichzelf uitzaaien gedijen ze kennelijk beter op plekken waar ze eerder nog niet stonden. Mogelijk heeft dat te maken met de gevoeligheid van Eryngiums (zoals Eryngium planum en alpinum) voor wortelrot en verwelkingsziekte door bodemschimmels als Verticillium dahliae en Fusarium oxysporum. Op drogere grond gedijen ze beter, maar teeltwisseling om de paar jaar is ook dan van belang voor professionele bloemenkwekers.
Foto: © Albert de Wilde