Hommelmot (Aphomia sociella): deze mot treedt op in hommelnesten aan het eind van de broedcyclus. Ze vreten al de was van het broednest op en de hommelkolonie gaat dan te gronde. Dat is meestal in het laatste stadium als de oude koningin al verjaagd is door de hommelwerksters. Die werksters hebben dan zelf onbevruchte eitjes gelegd, waaruit de hommeldarren ontstaan.
Als een volk zwak is en nog in een eerder deel van de broedcyclus is, kan een overval van wasmotten desastreus zijn. De wasmotlarven vreten werkelijk alle was op, ook van cellen die nog gebruikt worden door het restant van het hommelvolk. Dat gebeurt op die wijze maar weinig. Als het toch zo gebeurt is dat een soort selectie, want sterke hommelvolken voltooien de broedcyclus gemakkelijker en pas daarna komen dan de wasmotten aan de beurt.
Koudekerke, 8 juni 2001.
Foto: © Albert de Wilde