Man muurwesp (Ancistrocerus parietum), Koudekerke, 25 augustus 2010.
De inbochting van de clypeus-punt is hier niet kwart-cirkelvormig (0,25), maar wat meer, namelijk hoogte/breedte (gele chitine, dus niet het vliezige doorschijnende deel) geeft factor 0,38 en dat is vrij normaal voor een man parietum.
In mijn fotocollectie van enkele tientallen (zekere) exemplaren Ancistrocerus parietum heb ik er geen enkele gevonden met een inbochtingsfactor 0,25. Ze zijn allemaal ruimer (0,35-0,45).
De aanduiding kwart-cirkelvormig moet dus wat 'creatief' opgevat worden. Let ook op de totaalvorm: bij parietum zijn de punten licht zijwaarts gericht; bij gazella bijna recht naar beneden. Bij ancistrocerus als bij gazella, maar dan relatief iets korter.
Je kunt het verschil ook goed zien aan de buitenkant van de gele-chitine-punten: bij parietum een duidelijk concaaf verloop (punt naar buiten wijzend); bij gazella en ancistrocerus veel minder concaaf (punt naar beneden wijzend).
Foto: © Albert de Wilde