Mannetje van de muurwesp Ancistrocerus gazella, Koudekerke, 28 augustus 2011.

De inbochting aan de onderzijde van de clypeus (gele chitine en dus niet het vliezige deel) is bij deze soort zeer diep: ongeveer 0,6 x breedte tussen uiterste punten. Als je aanneemt dat halfcirkelvormig factor 0,5 zou zijn is de inbochting dus nog net iets dieper.

De clypeuspunten wijzen bij een man gazella naar beneden (claripennis idem, maar korter); bij parietum wijzen de punten naar buiten (en is de inbochting veel korter).

Gusenleitner geeft in een correctie van 2000 op eerdere tabellen van zijn hand aan dat bij mannen gazella en longispinosus de zijkant clypeus die het facetoog raakt altijd langer is dan het 'losse' deel naar de clypeuspunt. Dat is hier zeker niet het geval, zelfs niet als je de punt niet meemeet. Hij schept verwarring met dit soort kenmerken, die niet scoren.
Zie voor dit exemplaar de meetuitkomsten.

Foto: © Albert de Wilde