Vrouwtje van de graafwesp Crossocerus annulipes (6,6 mm). Dit is het laatste deel van het achterlijf. Na het 6e tergiet is er nog het pygidium. De vorm is een determinatiekenmerk. Hier heeft het op 20% van de hoogte een richel en het maakt daarna een kleine hoek. Het onderste deel is iets gootvormig. Er is een spaarzame beharing, weinig tot geen punctering en het is dus merendeels blinkend glad.


Copyright Albert de Wilde - All rights reserved!